Skip to the main content

Waar we vandaan komen

‘All things must pass’ , R.I.P. ‘het hok’
(Requiem)

‘Hoe ouder alles herinnering wordt’, hoe langer ik er over nadenk, des te meer besef ik hoe bijzonder de janboel was in de jaren zestig tot negentig van de vorige eeuw in het koffiehuis. Gevestigd in de Lange Leidsedwarsstaat, 134, aanvankelijk op het Leidseplein naast ‘Broodje van Kootje’. Gerenommeerde juristen dolden in hun lunchpauze met pooiers en voormalig gedetineerden. De Rechtbank was om de hoek. Gevierde acteurs zaten er tussen de repetities door te kaarten. Soms nog geschminkt. De Schouwburg was aan de overkant. Hoogleraren waren in een gemoedelijke sfeer aan het toepen met studenten. De Universiteit was aan de andere kant van de Leidsestraat. Ik herinner me ‘Henk’, de decaan, zeer aimabel persoon. Vreemd genoeg met veel verstand van voetbal. Al was dat in die tijd een ander verhaal dan het huidige miljardenbal. Henk kon lyrisch uitweiden over Piet Keizer. Alle spelletjes in ‘het hok’ werden gespeeld om geld, al gingen er zelden grote bedragen om.

Er liep een man rond in het schaakcafé, waarschijnlijk Italiaan, daarover bestond geen uitsluitsel, met een stok kaarten die hij je schuddend, uitnodigend aanbood. Met de woorden ‘spielie ?’ Ik heb hem nooit iets anders horen zeggen. Die werd dus ‘spielie’ genoemd. Niemand stoorde zich verder aan hem.

‘Weggeef Robbie’ was een autistische jongen die alleen ‘omgekeerd schaak’ speelde. Hierbij was het de kunst om al je stukken zo snel mogelijk kwijt te raken. Slaan was verplicht. In deze spelvariant was hij niet te kloppen.

Op gezette tijden kwam een (verder voor iedereen onbekende) man langs die achter een opgezet schaakbord ging zitten. Dit vormde een rituele uitnodiging voor een potje schaak. Het gebeurde regelmatig dat iemand plaatsnam aan de andere kant van het bord, achter zwart, uit beleefdheid. De man heeft echter nooit een zet gedaan, noch een woord gesproken. Zijn ‘slachtoffers’ gaven het na een kwartiertje maar op.

De dooddoeners waren van een betrekkelijke eenvoud, maar van grote schoonheid: ‘je moet lachen als je begraven wordt’. ‘Wat je krijgt dat hoef je niet te kopen’. ‘Hoe kan een moeder houden van zo’n kind?’.

Toch was het reilen en zeilen in het ‘Hok’ min of meer gebonden aan rituelen, mores, onbepaalde afspraken. Het werd niet op prijs gesteld als iemand uit zijn rol viel.

Zo was er het ‘incident Vié’. Leon Vié was ‘every inch a gentleman’, zij het enigszins excentriek. De man gold als autoriteit op het gebied van spelletjes. Leon had diverse publicaties op zijn naam staan. ‘Denk mee met Leon Vié’. ‘Go het oudste denkspel’. En Leon beheerde diverse puzzelrubrieken. Vié had het Japanse ‘Go’ geïntroduceerd in Europa. Om een duistere reden zag hij zich in het schaakcafé als ‘Pater familias’. Hij stond er op te worden aangesproken met ‘meneer’ (‘mijnheer’). Nou ja zo veel moeite is dat niet. Ieder deed hier braaf aan mee. Tot op een noodlottige avond één van de vaste gasten, die duidelijk een biertje teveel op had, hem zomaar begroette met ‘hé Viejeesma !’ Leon was diep beledigd. Hij vertrok met vliegende vaandels en hij is nooit meer teruggekeerd in het koffiehuis.

De humor in het schaakcafé was uniek. Vooral als ze voorbijkwam in clichés.

Fred Racké deed in de jaren zestig en zeventig op de radio verslag van de Tour de France. De man had een beschaafd en aangenaam stemgeluid. Wanneer het spannend werd, stopte de muziek. Je hoorde geroezemoes, motoren, aanmoedigingen, een claxon. De presentator van dienst, Willem Ruijs of Koos Postema sprak de monumentale tekst ‘kom er maar in Fred!’. Hier werd, vanwege uiterst dubieuze redenen, smakelijk om gelachen door het koffiehuisvolk. De kreet werd standaard geroepen tijdens het kaarten als een van de spelers op het verkeerde moment aan slag raakte. ‘Van zijn lekkers af moest komen’. Je ging uitdagend staan. Met je kont naar achteren. Je riep: ‘kom er maar in Fred!’

Tijdens grote schaakwedstrijden werden de grootmeesters altijd meegetroond naar het Leidseplein. Ik kan me Karpov herinneren. Hort, Miles. Short die ‘vluggertjes’ speelde. Kortsjnoi werd met applaus ontvangen.

Het ‘dagelijkse werk’ in het schaakcafé ging natuurlijk door. De tent sloot in die tijd om middernacht. Meestal werd er dan verder gespeeld in de ‘nachtploeg’. Op de zolder van M., pal aan de overkant in de Leidsekruisstraat.

Hartje zomer, begin jaren zeventig. In de RAI is een internationaal schaaktoernooi aan de gang. Een bonte verzameling paradijsvogels zit of ligt, midden in de nacht, verspreid over de zolder van M., te kaarten, te schaken, thee te drinken, te blowen of leest stripverhalen. Ik speel zelf in de ‘jokerploeg’. De keurige provinciaalse ‘schaakgroupie’ Evelien is gevolgd naar het plein in het kielzog van de meesters. E. is in slaap gesukkeld. Zij ontwaakt bij het eerste zonlicht. Ze kijkt om zich heen. ‘Dit is pas leven!’ roept zij geëxalteerd met haar bekakte stem. Evelien is daarna niet meer vertrokken. Ze bleef een tijdje als vaste klant hangen in het Hok. Zij het, uiteraard, onder de naam ‘dit- is- pas- levenlien’. Later afgekort tot ‘Levenlien’.

De ‘bevolking’ van het Hok was zo divers en zo bont als je het ooit zal treffen. Italianen, Hongaren, Grieken, Arabieren, Duitsers, Joden, hippies, professoren, taxichauffeurs, pooiers, bankiers, junkies, acteurs, zigeuners, ‘wit’, ‘zwart’, ‘blauw’, ‘bruin’, jong, oud, door en met elkaar. Allemaal zonder dat dit noemenswaardige problemen opleverde.

‘Kleine Sjallie’ was een sigarenrokende dwerg (altijd keurig in pak met stropdas) die in hoog aanzien stond vanwege zijn vaardigheid met de biljartballen, hij stond daarbij op een omgekeerde sinaasappelkist, los van zijn uitgebreide kennis en deskundigheid aangaande renpaarden.

Eén en ander (de multicultuur) had vooral te maken met de florerende exotische horeca in de directe omgeving van het Leidseplein. Zo leerde ik moeiteloos scheldwoorden, vloeken en kreten in het Italiaans, Hongaars en Hebreeuws die bij het spel naar buiten komen. ‘Doep de ah sjekkut bèh’ betekent: ‘kom uit je hok en snel’. Dit was een Hongaarse strijdkreet bij het toepen, als mijn herinnering me niet bedriegt. ‘Testa de mientje’ is Italiaans voor kloten van de ezel. ‘Minaa woin pahoin’ is Fins, staat voor: ‘ik word niet goed !’.

Er ging wel eens iets mis uiteraard. Zo weet ik nog dat een pas in het Hok gearriveerde oude Griek alleen aan een tafel zat bij het raam. Het was woekeren met de ruimte, met de tafels, dus twee schakers schoven aan met bord en stukken. De Griek maakte bezwaar. Hij was kennelijk gewend aan zijn eigen tafel te zitten. Hij zei, merkwaardigerwijs in het Duits : ‘Ich bin der Griechische Chef’. Het maakte niet veel indruk.

Eén van de eerste exoten in het schaakcafé was Domenico, een Italiaanse taxichauffeur. Zijn kromme Nederlands was hilarisch, fameus. Hij had het bijvoorbeeld geregeld over ‘schmerieke paip’ (smeerpijp). Hij zei ‘voordat de brandweer komt’ in plaats van ‘voordat er brand uitbreekt’, als hij actie moest ondernemen bij het kaarten. Iedereen noemde hem ‘Spagghetti’ of ‘Spakkie’. Daar zat hij totaal niet mee.

Het zal in de jaren tachtig zijn geweest. Kersttijd, zeer slecht weer, sneeuw en ijs. Ik besluit bij uitzondering een taxi te nemen naar huis, naar de Plantage. Ondanks het late uur (ik had nog een bezoek gebracht aan café de ‘Gieter’) staat er een lange rij bij de standplaats voor de City op het Leidseplein. Als ik eindelijk aan de beurt kom opent de chauffeur het portier. Hij zegt teleurgesteld: ‘heppe ikke dat’. Het is Spakkie. Hij brengt me gratis thuis.

Het schaakcafé bestaat nu dus niet meer. Van de oude sfeer en de mensen is niets meer over. Alle dingen gaan voorbij.

Andere artikelen

Erelid Cor Rijnders overleden

De Acquireploeg in Twee Klaveren, met v.l.n.r. Max, Jan en onze Cor   Maandag 9 maart...

13/03/2026 - Wybrand Scheffer

Hok 4, een bijeengeraapt zooitje.

Door Jan-Willem van Oppen   Afgelopen zomer werd ik door Kees Bakker (af en toe spelen...

20/01/2026 - Jan-Willem van Oppen

Joost Prinsen overleden

Het zal de Hokkers niet zijn ontgaan: op maandag 3 november is Joost Prinsen overleden. Wie dezer...

13/11/2025 - Wybrand Scheffer